
Je hond laten afvallen:
Dit zijn de valkuilen
Dit zijn de valkuilen
Je hond heeft overgewicht, hij is te zwaar. Misschien heeft de dierenarts het je gezegd of zie je zelf dat het je hond belemmert. Je wil je hond laten afvallen! Het advies is meestal: minder voer geven. “De helft minder geven en aanvullen met sperziebonen.” Maar zo simpel is het helaas niet. Er gaat hierdoor bij het afvallen van honden meer mis dan je zou verwachten.
In een eerdere blog heb ik beschreven wat overgewicht werkelijk doet met het lichaam van je hond: laaggradige ontstekingen, extra druk op de gewrichten, organen die harder moeten werken. Als je dat nog niet hebt gelezen, is het een goede achtergrond. (Hier kun je de blog lezen)
Maar in deze blog gaan we een stap verder: wat doe je er nu aan, en waar gaat het zo vaak mis?
Begin bij wat je hond nu eigenlijk krijgt
Voordat je iets verandert, is het goed om eerst te kijken wat je hond nu krijgt. En dan bedoel ik niet alleen de brok, maar alles: de exacte hoeveelheid, de snacks tussendoor, de restjes van het aanrecht, het koekje na de wandeling.
Want soms blijkt bij die eerste stap al dat een hond structureel veel meer krijgt dan hij nodig heeft. Wat misschien een kleinigheidje lijkt is bijeengenomen toch heel wat voor je hond. En zeker als je “op gevoel” geeft en de basisvoeding niet weegt, kan het zijn dat je ongewild meer geeft dan nodig is.
Weeg dan de hoeveelheid af. Een maatbeker lijkt precies, maar de hoeveelheid die erin past verschilt per brok, afhankelijk van de vorm en het formaat. Dezelfde “kop” kan bij de ene brok 80 gram betekenen en bij de andere 110. Dat verschil is, zeker bij kleine honden, meer dan genoeg om het afvalproces te frustreren.
Als die hoeveelheid al flink boven zijn daadwerkelijke behoefte ligt, is minder geven soms een logisch gevolg. Je hoeft dan misschien geen heel ander voer te kiezen en geen ingewikkeld plan te volgen. Pas als je weet wat je hond nu binnenkrijgt en wat hij eigenlijk nodig heeft, kun je beoordelen hoe groot de aanpassing moet zijn. Maar let wel op: je hond moet hierdoor niet ineens te snel gaan afvallen.
De helft minder voer
Je hebt al naar snacks en restjes gekeken die je hond gedurende de dag krijgt naast de basisvoeding. Door deze te stoppen, flink te verminderen en misschien ook te veranderen van ingrediënt, heb je vast al een mooie stap te pakken.
Maar het is ook belangrijk om naar de hoeveelheid van de basisvoeding te kijken. Het zomaar stellen dat je zoveel procent minder moet gaan voeren terwijl je eigenlijk al aan de ondergrens qua hoeveelheid zit schept niet alleen de vraag of de voeding wel passend is. Maar daarbij heeft het gevolgen als als je dan nog verder omlaag gaat minder je namelijk niet alleen de hoeveelheid energie, maar ook de voedingsstoffen. En die komen dan onder de minimale behoeftewaarde uit.
Er komen dan minder eiwitten, vetzuren, mineralen en vitamines binnen bij je hond. Dit kan zorgen voor tekorten aan belangrijke voedingsstoffen.
Als je hond structureel veel te weinig energie krijgt kan dat voor afbraak van spierweefsel zorgen, doordat het lichaam zijn energie niet alleen uit vet maar ook uit spieren gaat halen.
Juist die spieren zijn nodig. Ze ondersteunen de gewrichten, helpen je hond bewegen en houden hem actief. Een hond die afvalt maar ook spiermassa verliest, is niet gezonder geworden. Hij is lichter op de weegschaal, maar zijn lichaam is zwakker.
De eiwitbehoefte van een hond die afvalt is juist hoger dan normaal. Het lichaam heeft aminozuren nodig om spierweefsel op peil te houden terwijl het vetweefsel aanspreekt. Als de voeding dat niet levert, zoekt het lichaam die eiwitten ergens anders. En dat ergens anders zijn de spieren.
Een hond met minder spiermassa verbrandt minder energie in rust. Dat maakt het juist lastiger om op gewicht te blijven zodra je weer normaal gaat voeren. Het jojo-effect, precies wat je wil voorkomen.
Te weinig eten geeft een seintje van schaarste
Als je hond structureel te weinig eet, geeft dat het lichaam een seintje van schaarste. Het lichaam reageert daarop door nog zuiniger om te gaan met de calorieën die het binnenkrijgt. Daardoor kan het afvallen vertragen, ook wanneer je hond weinig krijgt.
Je ziet dit soms terugkomen in de praktijk: een hond die al heel weinig eet en toch niet verder afvalt. De eigenaar geeft al minder dan de ondergrens op de verpakking, maar het gewicht blijft staan.
Je wil dus niet simpelweg minder geven. Je wil voeding die minder calorieën bevat, maar toch alle voedingsstoffen levert en voldoende volume heeft zodat je hond een gevulde maag heeft. Volume, alle voedingsstoffen, minder calorieën. Dat is wat we graag zien.
Het sperziebonen-advies
Een tip die ik regelmatig hoor: verminder de voeding en voeg sperziebonen toe. Weinig calorieën, veel volume, je hond heeft een vol gevoel.
Hoewel het zo op het eerste gezicht logisch klinkt, blijf ik me verbazen hoe iemand dit ooit zo verzonnen heeft.
Het idee erachter is niet per se verkeerd: volume zonder de calorieën. Maar waarom sperziebonen? Sperziebonen zijn peulvruchten, en peulvruchten bevatten antinutriënten, stoffen die de opname van mineralen en andere voedingsstoffen kunnen verminderen en de darmwand kunnen belasten. Dat is niet wat je wil op het moment dat je hond zijn darmflora juist nodig heeft om goed te functioneren.
Dat wil niet zeggen dat een gekookte sperzieboon af en toe rampzalig is. Koken vermindert een deel van de antinutriënten, waardoor de belasting op de darmwand lager wordt. Maar als structurele oplossing en als invulling voor de hoeveelheid die je weghaalt uit de basisvoeding, schiet het tekort. En dat is precies hoe het advies vaak wordt toegepast: de brok wordt flink verminderd en de bonen vullen het volume aan. Terwijl je daarmee de voedingsstoffen verlaagt die je hond juist hartstikke hard nodig heeft. Er zijn betere opties om volume te geven zonder te kort te schieten op voedingswaarde.
Het obese microbioom
Dit is misschien wel het meest onbekende inzicht bij overgewicht. Wanneer een hond langdurig te zwaar is, verandert de samenstelling van zijn darmflora. Er ontstaat wat je een obees microbioom kunt noemen: een darmflora die anders reageert op voeding dan een gezonde darmflora, en die bij bepaalde voedingspatronen meer energie uit diezelfde voeding haalt.
Twee honden die precies hetzelfde eten, kunnen daardoor een heel ander resultaat laten zien op de weegschaal. Het is op die manier fysiologisch geworden.
Bij obese dieren is de darmflora minder divers en verschuift de bacterieverhouding: er zijn verhoudingsgewijs meer bacteriën die efficiënt complexe koolhydraten omzetten in energie die vervolgens als vet wordt opgeslagen. Onderzoek bij honden laat zien dat obese honden een meetbaar andere darmflora hebben dan slanke honden, met minder diversiteit en een andere bacterieverhouding. Hoe groot het effect is hangt mede af van wat de hond eet, wat meteen een extra argument is voor het belang van voedingskeuze boven alleen calorieën tellen.
Dit microbioom normaliseren is een belangrijk onderdeel van een afvaltraject. Voeding die rijk is aan fermenteerbare vezels, zoals groenten en bepaalde prebiotische ingrediënten, helpt de gunstige darmbacteriën te voeden. Dat is niet alleen goed voor de spijsvertering, het draagt ook bij aan het geleidelijk herstellen van die darmflora. Het is een langzaam proces, maar het werkt wel.
Nog een reden om niet zomaar de portie te halveren, maar goed te kijken naar wát je hond eet.
Daarbij gaat het bij overgewicht niet om één losstaand ding. Hoeveel brok, welke brok, te veel snacks, te weinig beweging, misschien speelt er iets lichamelijks bij je hond. Het speelt allemaal mee, en het interessantere is hoe die dingen elkaar versterken. Een hond die te weinig beweegt verliest spiermassa, waardoor hij minder verbrandt in rust, waardoor diezelfde portie te veel wordt. Een hond die chronisch te weinig eet schakelt over naar een spaarstand, waardoor zijn lichaam juist zuiniger omgaat met calorieën. Het is één systeem dat zichzelf in balans probeert te houden, soms op een manier die het afvallen juist lastiger maakt.
Light brokken
Veel brokken die worden verkocht als “light” of “weight control” zijn aangepast op calorieën, maar niet altijd op de juiste manier. Wat je vaak ziet: het vetgehalte is verlaagd, maar het koolhydraatgehalte blijft hoog of stijgt zelfs. En juist dat is een probleem bij een hond die moet afvallen.
Koolhydraten worden afgebroken tot glucose. Zodra de bloedsuiker stijgt, maakt het lichaam insuline aan. Insuline is het hormoon dat glucose naar de cellen brengt, maar maar beïnvloedt ook de vetstofwisseling. Het remt de vetafbraak en stimuleert opslag.
Bij voeding met een relatief hoog aandeel (snel verteerbare) koolhydraten gebeurt dit meerdere keren per dag. Daardoor kan het lichaam vaker in een stand staan waarin vetverbranding minder actief is. Zeker bij honden die al overgewicht hebben of metabool minder flexibel zijn, kan dit het afvallen bemoeilijken.
Daar komt bij dat veel light brokken ook lager zijn in eiwitten. En dat is precies wat je niet wil bij een hond die afvalt. Eiwitten zijn nodig om spiermassa te behouden terwijl het lichaam vetweefsel aanspreekt. Je hond valt wel af op de weegschaal, maar verliest het verkeerde.
Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid eiwit op het etiket. Ook de kwaliteit en de verteerbaarheid bepalen of die eiwitten daadwerkelijk beschikbaar zijn voor het lichaam. Eiwitten uit verse of rauwe voeding worden beter verteerd dan eiwitten uit sterk bewerkte brokken. Als de verteerbaarheid laag is, komt er minder bij de spieren aan dan het percentage op de verpakking doet vermoeden.
Op de kortere termijn lijkt het misschien te werken. Maar een hond die spiermassa verliest, verbrandt minder energie in rust. Dat maakt het steeds moeilijker om op gewicht te blijven, ook als het streefgewicht eenmaal bereikt is.
Niet elke light brok werkt op dezelfde manier. Er zijn merken die bewust kiezen voor een hogere eiwitkwaliteit en een lager koolhydraatgehalte. Het loont dus om het etiket te lezen, niet alleen te kijken naar de calorie-inhoud per 100 gram.
Castratie
Als je hond gecastreerd is en toch aankomt ondanks dat je echt niet meer geeft dan voorheen, kan dat een fysiologische verklaring hebben. Na castratie veranderen de hormonen die normaal de vetopslag reguleren. Deze hormonen spelen een rol in de regulatie van stofwisseling en vetopslag. Wanneer ze wegvallen, kan het lichaam makkelijker vet opslaan.
De energiebehoefte kan na castratie behoorlijk dalen, soms richting 20 tot 30 procent, afhankelijk van de hond. Een hond die voor de ingreep 600 kcal per dag nodig had, heeft daarna soms maar 480 tot 500 kcal nodig. Als je hetzelfde blijft voeren, ontstaat er een overschot dat zich in weken omzet in gewichtstoename.
Ook lijken signalen rondom verzadiging te kunnen veranderen, waardoor sommige honden sneller hongerig blijven.
Voor gecastreerde honden is het bij een afvaltraject dus extra belangrijk om de calorie-inname opnieuw te berekenen op basis van de huidige situatie, niet op basis van wat vroeger werkte. Maar ook hier is het belangrijk om niet zomaar die 20 tot 30 procent minder aan voeding te geven zonder naar de basis te kijken.
Hormonen en het verzadigingssignaal
Leptine speelt ook buiten castratie een rol bij overgewicht. Bij honden met langdurig overgewicht stijgen de leptinespiegels in het bloed, maar de hersenen reageren er minder goed op. Het lichaam maakt het signaal, maar het komt niet goed aan. Het gevolg is dat een hond hongerig blijft voelen, ook als hij net gegeten heeft.
Dit verklaart iets wat veel eigenaren herkennen: een hond die constant lijkt te willen eten, om eten bedelt, of altijd zijn bak leegvreet alsof hij dagen niks gehad heeft. Dat is een verstoord hormonaal systeem dat zijn werk niet goed meer kan doen.
Afvallen op de juiste manier, met voeding die de insulinerespons stabiel houdt en darmgezondheid ondersteunt, helpt dit systeem geleidelijk te herstellen. Dat kost tijd. Maar het is wel de richting die werkt.
Voedselovergevoeligheid als meespelende factor
Dit punt is minder bekend, maar het kan meespelen bij honden die lastig afvallen zonder duidelijke andere oorzaak. Wanneer een hond reageert op bepaalde ingrediënten in zijn voeding, kan dat leiden tot een laaggradige ontsteking in het lichaam. En ontsteking verstoort onder andere de insulinegevoeligheid, wat vetopslag in de hand werkt.
Dat wil niet zeggen dat elke hond met overgewicht een voedselovergevoeligheid heeft. Maar als je een hond hebt die moeilijk afvalt, regelmatig darmproblemen heeft, jeuk of oorontstekingen vertoont, dan is het de moeite waard om hier even bij stil te staan. Dit is ook een van de redenen waarom het soms zinvoller is om de voeding inhoudelijk te beoordelen dan alleen de calorieën te tellen.
Snel afvallen is niet beter
Een verantwoord tempo is ruwweg 1 tot 2 procent van het lichaamsgewicht per week. Bij een hond van 30 kilo is dat maximaal 300 tot 600 gram per week. Dat klinkt langzaam. Maar zo heeft het lichaam de tijd om zich aan te passen, zonder dat er spiermassa verloren gaat en zonder dat de stofwisseling in een spaarstand schiet.
Let op signalen als vermoeidheid, spierzwakte of een dof vacht. Die kunnen erop wijzen dat het afvallen ten koste gaat van meer dan alleen vet.
Spieren ondersteunen de gewrichten, helpen je hond bewegen en bepalen mede hoe makkelijk hij op gewicht blijft zodra hij eenmaal op zijn streefgewicht zit. Die wil je dus behouden, ook tijdens het afvallen.
Bewegen: rustiger dan je denkt
Een hond met overgewicht heeft al meer druk op zijn gewrichten dan goed voor hem is. Plotseling intensief bewegen vergroot het risico op blessures en pijn. Begin rustig. Langere rustige wandelingen zijn veel beter dan uitputtende activiteiten.
Tegelijk is bewegen niet iets om over te slaan. Een hond die weinig beweegt en weinig eet tegelijk, geeft zijn lichaam dubbel zo sterk een signaal om te sparen. Rustige, regelmatige beweging helpt de stofwisseling actief te houden en dat signaal te doorbreken.
Hydrotherapie of fysiotherapie kan helpen om de spieren op te bouwen zonder de gewrichten te overbelasten. En naarmate je hond lichter en sterker wordt, kun je de intensiteit langzaam opvoeren.
Vergeet de snacks niet mee te tellen
De koekjes en snacks tussendoor worden bijna altijd vergeten in de berekening. Bij een kleine hond kan één koekje al een flink deel van zijn dagdosis zijn. Reken het eens uit en je staat er misschien van te kijken.
En als je jezelf echt niet in kunt houden: kies dan voor magere alternatieven. Een stukje gedroogde wortel, gedroogde long, of een klein bakje zelfgetrokken groentebouillon. Je hond heeft er net zo veel plezier van.
Waar begin je dan?
Begin bij de basis. Wat krijgt je hond nu, en hoeveel is dat werkelijk? Wat zit er in dat voer? Kies functionele voeding: voeding die de vetcellen helpt slinken, de darmen ondersteunt en voldoende hoogwaardige eiwitten levert om spiermassa te behouden.
Het doel is niet alleen afvallen. Het doel is afvallen op een manier waarop zijn lichaam sterker wordt, niet zwakker.
Je hoeft het niet alleen uit te zoeken.
Wil je weten hoe je dit zelf kunt aanpakken voor jouw hond? Dan heb ik daar iets voor in ontwikkeling. Schrijf je in voor de interesselijst en je hoort het als eerste.
Disclaimer
De informatie op deze website is bedoeld om je inzicht en bewustwording te geven rondom de gezondheid en voeding van je hond. Iedere hond is anders en reageert op zijn eigen manier.
Deze informatie vervangt geen persoonlijk advies van een dierenarts of therapeut. Bij klachten of twijfel is het verstandig om samen te kijken naar wat jouw hond nodig heeft.
Ik denk graag met je mee, maar de keuzes die je maakt en hoe je deze toepast, blijven altijd je eigen verantwoordelijkheid.

Over mij
Mijn naam is Daniëlle, orthomoleculair en integraal voedingstherapeut voor honden. Klinkt als een hele mond vol, maar eigenlijk wil ik jou, als hondenmens vooral helpen om bewustere keuzes te maken. Keuzes die je hond ondersteunen om gezond en vitaal te leven. Ik geef je praktische inzichten die bij jou en je hond passen en deel kennis die je helpt om bewustere, en misschien wel betere keuzes te maken.

Leave A Comment